Nederland en België nomineren de Koloniën van Weldadigheid uit de negentiende eeuw voor een plaats op de Werelderfgoedlijst van Unesco. Het kabinet streeft ernaar om de voordracht over twee jaar in te dienen.

“De Koloniën zijn een mooi voorbeeld van de verheffing van het volk. Ze maken een bijzondere episode uit de geschiedenis zichtbaar”, zegt minister Bussemaker.

Volgens initiatiefnemers van de Unesco-nominatie hebben de koloniën de kiem gevormd van het moderne denken over het verbeteren van de leefomstandigheden en maatschappelijke gelijkheid. Beide landen trekken samen op omdat de koloniën werden gevormd in de tijd dat Nederland en België één land waren.

De koloniën (onderdeel van de Maatschappij van Weldadigheid) waren een idee van generaal Johannes van den Bosch uit 1818. Hij wilde de enorme armoede na de Franse overheersing bestrijden door mensen hun eigen grond te geven, die ze moesten verbouwen. Een van die koloniën mondde uit in het huidige dorp Frederiksoord, waar nu een museum staat.

Ook richtte Van den Bosch strafkolonies op in Veenhuizen en Ommerschans, waar landlopers en criminelen werden opgesloten en aan het werk gezet werden. De drie Nederlandse koloniën worden samen met de Vlaamse koloniën Wortel en Merksplas voorgedragen voor de Unesco-lijst.

Een jaar later volgt de voordracht van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, zo heeft het kabinet besloten. In 2019 en 2020 wil de regering de Plantages van West-Curaçao en de Romeinse Limes (grens van het Romeinse Rijk) samen met Duitsland voordragen.

Uiteindelijk beslist Unesco of de projecten op internationale lijst van beschermende plekken horen. Vorig jaar werd de Van Nelle-fabriek in Rotterdam aan de lijst toegevoegd. Het was daarmee het tiende Nederlandse Werelderfgoed.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *